‘We voorkomen verspilling van talent’

De Talentenklassen bestaan vier jaar. In deze periode hebben honderden Rotterdamse leerlingen het beslissende zetje gekregen om hun talenten optimaal te ontwikkelen. De Talentenklassen zijn een samenwerkingsverband van Sezer en  Rotterdamse scholen voor havo, vwo en gymnasium, met de steun van gemeente Rotterdam. Alle Rotterdamse basisscholen kunnen leerlingen aanmelden. De coördinatie van de Talentenklassen is in handen van Sezer, een Rotterdams bureau voor diversiteit. Dinko Kajmovic, projectleider Talentenklassen bij Sezer, vertelt meer over dit succesvolle Rotterdamse initiatief.

‘Een aantal jaren geleden herkenden we structurele knelpunten die talentvolle leerlingen in het voortgezet onderwijs (VO) ervaren. Sommige leerlingen stromen onder hun niveau in in het voortgezet onderwijs. Dat is verspilling van talent. Andere kinderen die wel op hun niveau naar een VO-school gingen, kunnen in de problemen komen. Vaak gebeurt dit in klas 2 of 3. Ze blijven zitten of gaan uiteindelijk naar een andere school. Toch hebben die kinderen potentie. Toen ontwikkelden we het plan voor de Talentenklassen. De gemeente Rotterdam ondersteunt de Talentenklassen en de scholen werken graag mee.’

88% van de leerlingen is succesvol

‘Talentenvolle leerlingen die een zetje in de rug nodig hebben kunnen al in groep 8 wennen aan het voortgezet onderwijs. Op 30 woensdagmiddagen volgen ze lessen van VO-docenten, vooral gericht op vergroting van hun woordenschat, begrijpend lezen en algemene ontwikkeling. Ook de ouders worden hierbij betrokken. In de avonduren zijn er, om de week, 12 bijeenkomsten voor de ouders. Coaches van Sezer leiden deze bijeenkomsten, waarin ouders leren hoe ze hun kind beter kunnen begeleiden en stimuleren om de talenten te ontplooien. Verder worden er vijf keer per jaar excursies georganiseerd. Ouders en hun kinderen gaan onder begeleiding naar het museum, een voorstelling of ze doen een andere activiteit. Na vier jaar stellen wij vast dat de Talentenklassen succesvol zijn: 88% van de leerlingen zit dan nog steeds op de school, die zij voorheen als te hoog inschatten.’