CJG bepaalt doelgroepstatus peuter

Met de wijzigingen in de peuteropvang in Rotterdam is de verwachting dat meer ouders bij het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin) zullen aandringen op het krijgen van een doelgroepindicatie voor hun kind. Jan van Schie, manager bij het CJG Rijnmond, beaamt dit: ‘Met die doelgroepindicatie hebben zij recht op meer en gratis uren opvang.’

Hoe bepaalt CJG doelgroepstatus?

De jeugdarts of jeugdverpleegkundige van het CJG kijkt op twee momenten of een kind een doelgroeppeuter is. Jan van Schie: ‘Dat is tijdens het standaard consult als een kind 14 maanden oud is en bij het consult rond 2 jaar. Wij gaan uit van de richtlijnen die de gemeente hiervoor heeft opgesteld.’ Kinderen van wie de ouders of opvoeders thuis in een andere taal spreken, komen bijvoorbeeld in aanmerking voor een doelgroepstatus. Maar ook kinderen van ouders met een laag opleidingsniveau (lbo, vbo, praktijkonderwijs, vmbo basis of vmbo kader). ‘Wij kijken goed naar de thuissituatie. Als grootouders die geen Nederlands spreken de belangrijkste opvoeders zijn, dan zien we dit ook als een thuissituatie waar een andere taal dan Nederlands wordt gesproken. Wij kunnen aan de ouders dan een indicatie afgeven. Met het afgeven van die indicatie willen we voor de doelgroeppeuter de drempel naar de groep nul verlagen en ouders bewegen hun peuter te laten inschrijven.’

Van papier naar opvang

Een belangrijke rol is weggelegd voor de peuterconsulenten van het CJG. ‘Want met een indicatie op papier helpen we een kind niet verder’, zegt Jan van Schie. ‘Het kind moet ook daadwerkelijk op de opvang terecht komen.’ Daar helpen de peuterconsulenten bij. ‘De meeste ouders zijn blij met die hulp. Slechts bij uitzondering ervaren ouders het advies en de hulp van het CJG als bemoeienis.’