Vliegende start

Alle Rotterdamse peuters verdienen een vliegende start. Om zo zonder achterstanden en goed voorbereid aan de basisschool te kunnen beginnen. Daarom ontwikkelen we in de voorschoolse periode door tot één integrale voorziening voor alle kinderen vanaf twee jaar.

In Rotterdam vinden peuterspeelzalen, kinderopvang, onderwijsveld en gemeente dat kinderen die samen opgroeien ook naar dezelfde voorschoolse voorziening moeten kunnen. Kinderen ontwikkelen daar spelenderwijs de vaardigheden die zij nodig hebben om in een grote stad als Rotterdam samen te leven.

Een nieuwe voorschoolse voorziening: de voorschool

Dit schooljaar introduceert Rotterdam één voorschool voor alle peuters. Rotterdam maakt hiermee een eind aan de veelheid van verschillende opvangvoorzieningen, aan het situatie-afhankelijk (vaak noodzakelijk) switchen door ouders van hun peuters tussen deze verschillende voorzieningen en aan de verschillen in keuze voor voorzieningen voor werkende en niet-werkende ouders. Switchen verstoort de ontwikkeling van peuters. De voorschool is gericht op spelend leren en besteedt aandacht aan taal- en rekenontwikkeling, aan motorische ontwikkeling en aan sociaalemotionele ontwikkeling, zodat peuters zonder (taal)achterstand aan groep 3 beginnen.
 

De voorschool hanteert hetzelfde uurtarief als reguliere kinderopvanginstellingen. Bovendien is de voorschool zoveel mogelijk verbonden aan de basisschool. Dit maakt de overstap naar groep 1 gemakkelijk. Ook gaat er geen informatie over de ontwikkeling van het kind verloren. Meer weten over de introductie van de voorschool? Neem dan contact op met de gemeente via: vvemo@rotterdam.nl. Het implementatieplan harmonisatie vindt u hier. Voor het informeren van bijvoorbeeld ouders over het hoe en waarom rond deze zogeheten harmonisatie, is een aantal handige communicatiemiddelen beschikbaar.

Alle peuters recht op 6 uur

Alle peuters van 2 jaar of ouder die nieuw op de opvang komen, krijgen recht op 6 uur opvang in de voorschool. Ouders betalen daarvoor een inkomensafhankelijk bedrag. Kinderen met kans op (taal)achterstand kunnen daar bovenop nog eens 6 uur extra opvang krijgen. De zogeheten indicatie vve, bepaalt het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). De extra uren worden door de gemeente betaald. Werkende ouders kunnen daarnaast naar behoefte zelf extra uren inkopen. Lees hier meer over de gehele tariefstructuur.

Kindcentra

De komende jaren worden er naast de voorschool, ook tien zogenoemde Kindcentra opgezet. Daar kunnen alle kinderen tussen 0 en 12 jaar leren, spelen, ontwikkelen en ontmoeten. In een Kindcentrum wordt gewerkt volgens één pedagogische visie op ontwikkeling en educatie.

Extra kwaliteitsslag

Wat de situatie in Rotterdam bijzonder maakt, is de kwaliteitsstap die tegelijk met de harmonisatie wordt gemaakt. Voor iedere groep komt een mbo’er en een hbo’er. Daarnaast ontwikkelen instellingen en opleidingen voor medewerkers en leraren in de voor- en vroegschool een Rotterdam-specifiek profiel, waarin het stimuleren van nieuwsgierigheid bij kinderen centraal staat. De kwaliteitseisen voor de voorschool voldoen uiteraard aan de voorwaarden van de Inspectie voor het Onderwijs en zijn tegelijkertijd gebaseerd op die van de huidige groep nul in Rotterdam.

  • Er staat één mbo’er en één hbo’er op elke groep, of twee mbo’ers op de groep en een hbo’er als coach of video-interactiebegeleider;
  • Organisaties maken gebruik van een door het Nederlands Jeugd Instituut erkend vve-programma;
  • Eventuele (extra) zorg loopt naadloos door van de voorschool naar de basisschool;
  • Het leren loopt (in een zogenoemde doorgaande leerlijn) naadloos door naar de basisschool;
  • De ontwikkeling van de peuters wordt bijgehouden in een observatiesysteem dat aansluit op het leerlingvolgsysteem van de school.

Ouderprogramma

Peuters leren veel tijdens de voorschool, maar hun ontwikkeling vindt uiteraard niet alleen daar plaats. De bijdrage van ouders of verzorgers is cruciaal; zij brengen immers veel tijd met hun peuters door: samen spelen, een boekje lezen of boodschappen doen. Om ouders te ondersteunen in het stimuleren van de ontwikkeling van hun peuter, hebben alle instellingen een op maat gemaakt ouderbeleid. De basis: een goed contact tussen pedagogisch medewerker en ouders en vergroten van betrokkenheid van en aanvullend leren door ouders bij activiteiten in de voorschool, maar ook bij de verdere schoolloopbaan van hun kind.

Indicatie VVE en toeleiding

Peuters met een risico op taalachterstand krijgen vanaf 1 maart 2015 tijdens het 14- of 24 maanden consult bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) een indicatie vve. De arts of verpleegkundige spreekt met de ouders over de reden van de indicatie vve en de voordelen van deelname aan de voorschoolse educatie. Ook worden ouders, door een peuterconsulent van het CJG, begeleid bij de aanmelding van het kind op de voorschool.

Een kind krijgt een (doelgroep)indicatie vve, wanneer minimaal aan één van de twee volgende criteria wordt voldaan:

  • De thuistaal van het kind niet de Nederlandse taal is of;
  • Beide ouders/ verzorgers of de ouder/ verzorger die met de dagelijkse zorg is belast een opleidingsniveau heeft van maximaal lbo/ vbo of vmbo basis- of kaderberoepsgerichte leerweg.

Meer informatie over herindicatie is te lezen op deze pagina.

Overstap basisschool

Klik hier om het document 'Overdracht Rotterdam vve-po' te downloaden. Voor de factsheet overgang vve-po klik hier.

 

Filmpje over leren en ontdekken in een Rotterdamse vve-instelling.

 

Waarom investeren we gezamenlijk in een Vliegende Start?
De actielijnen in het Rotterdamse onderwijsbeleid Leren Loont! voor de voorschoolse periode komen overeen met wat de Onderwijsraad in 2015 de Tweede Kamer adviseerde, namelijk: verhoog de kwaliteit; integreer voorzieningen en verbreed de toegankelijkheid. En dat is precies wat we in Rotterdam doen door het harmoniseren van het huidige aanbod aan peuteropvangvoorzieningen.

Waar doelen we gezamenlijk op?
Binnen het onderwijsbeleid Leren Loont! hebben peuterspeelzaalorganisaties, kinderopvangorganisaties, scholen en de gemeente Rotterdam afgesproken om de voorschoolse periode te herontwerpen en harmoniseren. Er komt één voorziening voor alle Rotterdamse kinderen van 2 tot 4 jaar: de voorschool. Uitgangspunt is dat de ontwikkeling en het leerproces van kinderen niet pas beginnen na hun vierde jaar, de huidige basisschoolleeftijd. Daarnaast leiden de verschillende voorzieningen tot ongewenste segregatie tussen doelgroeppeuters en niet-doelgroeppeuters en tussen peuters van werkende en peuters van niet-werkende ouders. Rotterdam organiseert de voorschoolse voorziening zó dat alle kinderen op dezelfde manier in een uitdagende en stimulerende omgeving met goed opgeleide pedagogisch medewerkers worden voorbereid op de basisschool.