Terug naar masterplan
Interview met Jan Kweekel, Lid Bestuur Nationaal Programma Rotterdam Zuid, lid College van Bestuur STC-Group en voorzitter onderwijstafel Nationaal Programma Rotterdam Zuid

In 2030 is Rotterdam een bruisend kenniscentrum.

“In 2030 is Rotterdam een bruisend kenniscentrum.” Aan het woord is bestuurslid Jan Kweekel. In zijn visie voor de stad van de toekomst speelt het onderwijs een hoofdrol. Tegen die tijd werken onderwijsinstellingen samen, liggen ze verspreid over de stad, zijn ze herkenbaar door hun sterke profilering en tegelijkertijd complementair aan elkaar. “Het worden kennishubs waarin het fijn is om te studeren en er te zijn. Niet alleen voor leerlingen en studenten, maar ook voor ouders en het personeel.”

Kennishubs vragen om nieuwe gebouwen, goede werknemers en moderne faciliteiten. “Daarin moet worden geïnvesteerd. Naast deze sterke profilering is de tweede focus voor de komende jaren het basisonderwijs.

Het klinkt tegenstrijdig uit mijn mond, als lid van het College van Bestuur van een VMBO en MBO-opleiding, maar dit is het fundament van ons onderwijs. Als het basisonderwijs niet goed is doorlopen, trekken we dat nooit meer recht.”

Zijn eigen basisschool was traditioneel en vervulde een belangrijke functie in de wijk. “Mijn ouders keken op tegen die school en voelden zich verplicht om een rol te spelen. Ze gingen op iedere uitnodiging in. Zo kluste mijn vader nog mee aan het podium voor het eindtoneel. De leraren waren jonge, zorgzame mensen met aandacht voor kunst, cultuur, sport, voeding en politiek. Het was een combinatie van klassieke vakken, innovatie en sfeer. Achteraf terugkijkend paste die school perfect bij mij.”

Zoals voor het gezin Kweekel gold, moeten scholen tegenwoordig eveneens aansluiten bij de behoeften van de moderne ouder. Dat kan montessorionderwijs betekenen, islamitisch onderwijs, onderwijs gericht op kunst en cultuur of onderwijs dat de vrijeschool gedachte behelst. “Scholen moeten bij levensvisies passen. Daarom is een geprofileerd aanbod zo hard nodig. Voor iedereen moet er wat wils zijn zonder dat ouders ver hoeven te reizen, hetgeen nooit ten goede komt van het kind.” Om van Rotterdam een inspirerende onderwijsstad te maken, moeten scholen met de tijd meebewegen, ouders welkom laten voelen en buiten schooltijd activiteiten voor hen organiseren.

“Als je in 2030 de stad binnenrijdt, moet je onze scholen welhaast proeven en weten dat ze er zijn. Scholen zijn niet alleen het fundament voor onze kinderen, maar voor de gehele stad.” Hierin is volgens Kweekel een grote slag te slaan daar het basisonderwijs nog in oude gebouwen en moeilijke wijken is gehuisvest en te kleine populaties kent. Sommige scholen tellen tachtig leerlingen. In de toekomst moeten dit er standaard tussen de drie- en vierhonderd zijn.

Ook moeten de scholen een bredere functie bekleden zoals een rol in het ondersteunen van gezinnen. “Zeker in achterstandswijken. Een gezin dat diep in de schulden zit, kan worden geholpen via wijkteams, zorginstellingen en de basisschool of voorschoolse opvang. De school wordt zo een knooppunt van netwerken waar de ontwikkeling van kinderen centraal staat. Het is zonde dat basisscholen nu niet op waarde worden geschat en zichzelf vaak niet op waarde schatten. Tegen de scholen wil ik zeggen: kruip uit die schulp en ga mee in de vaart der volkeren. Hiervoor moeten onder meer de salarissen omhoog. We hebben mensen nodig die geïnspireerd en goed opgeleid zijn. Alleen wanneer aan alle voorwaarden is voldaan, worden de scholen sterke eenheden. Kijk naar de ontwikkelingspsychologie van kinderen. In de eerste vijf jaar wordt de ontwikkeling bepaald. Als die periode niet goed gaat, heeft dat in de verdere loopbaan gevolgen. We helpen onszelf ermee. Bovendien is het een taak van de stad om voor zijn kinderen te zorgen.”