Terug naar masterplan
Interview met Izaak Dekker, Docent en senior beleidsadviseur Hogeschool Rotterdam en mede-organisator Meetup010

Alle kinderen moeten een gelijkwaardige toegang hebben tot onderwijs, ongeacht de financiële middelen van hun ouders.

“Door meester Kees in groep 5 wilde ik al jong leraar worden. Zijn autoritaire stijl was ouderwets. In de klas hadden we een geschiedenisboek dat meester Kees op het bord schreef en wij moesten overschrijven. Dat was onze geschiedenisles. Het deed Middeleeuws aan. Er was weinig individuele aandacht en uitdaging. Wat we wel leerden was ons urenlang concentreren en netjes schrijven. Ik heb veel van meester Kees geleerd. Ook dat ik niet op die manier wil lesgeven.”

Voorafgaand aan iedere les, voelt dertiger Dekker een lichte spanning in zijn buik. “Ik weet nooit precies hoe een les zal gaan. Als het goed is, blijft die spanning. Zeker wanneer onderwijs bijdraagt aan democratie. Ik wil dat leerlingen zelf nadenken en een eigen inbreng hebben. Hoe meer zij dat doen, hoe minder ik van tevoren weet waarheen de les gaat.” Dekkers lessen zijn geen reproductie zoals het geschiedenisboek dat moest worden overgeschreven, maar een manier om elkaars opvattingen, wereldbeeld en onze omgang met elkaar te onderzoeken.

“Als grondslag voor de democratie herken ik twee principes van filosoof John Dewey: kan iedereen meedoen en zijn er gedeelde belangen? Scholing leert ons een gemeenschappelijke taal, laat ons kennismaken met anderen en doet ons inzien dat er een gemeenschappelijk belang is. Leerlingen kunnen een totaal verschillende achtergrond hebben, maar toch voelen dat zij onderdeel zijn van een groter geheel. Die verschillende achtergronden leren hen juist wie zij zijn. Sommige mensen hebben reizen nodig om zichzelf te ontdekken, maar het kan al door de persoon naast je. Door anders te zijn, leert diegene jou wat jouw referentiekader is. Wanneer je in gesprek gaat met elkaar en de ander begrijpt, word jij jezelf. Niet door andermans gedrag simpelweg te kopiëren, maar door je af te vragen: hoe verhoud ik mij ertoe?”

Dekkers eigen basisschool was een mix van kinderen met verschillende achtergronden. “Van Portugees en Antilliaans tot Koerdisch. De overstap naar mijn middelbare Montessorischool was dan ook groot. Enerzijds was het ongelooflijk om te zien dat iedereen zijn vinger opstak wanneer er een moeilijke vraag werd gesteld. Anderzijds is het eentonig om met allemaal dezelfde kinderen in de klas te zitten. Die basisschool heeft mij geleerd om met anderen om te gaan. Eigenlijk was meester Kees hierin het begin. Zijn voorbeeld leerde mij dat ik in sommige opzichten anders was dan hij.”

Tegelijkertijd leerde die basisschool Dekker dat kansengelijkheid de sleutel is tot een succesvolle samenleving. Voor de komende jaren ziet hij hierin een grote uitdaging. “Alle kinderen moeten een gelijkwaardige toegang hebben tot onderwijs, ongeacht de financiële middelen van hun ouders. Dat is niet alleen in het belang van het kind, maar ook in ons publiek belang. Het is voor iedereen beter wanneer mensen kunnen meedoen en gedeelde belangen hebben. Een intelligente jongen niet naar een privéschool sturen, maar openbaar onderwijs geven dient een publiek en een persoonlijk doel. Hij moet even goed leren om met anderen om te gaan. Als kind moet je leren dat de wereld niet rondom jou wordt georganiseerd en er anderen zijn. Het leren kennen van die anderen schept de mogelijkheid om jezelf te leren kennen. Pas dan wordt een kind een zelf.”