Direct naar content

Cao verschillen kinderopvang – primair onderwijs

De kinderopvang en het primair onderwijs hebben ieder een bindende cao. Deze verschillen in veel opzichten van elkaar. Al langer wordt er gesproken over één cao voor medewerkers van  IKC waar kinderen van 0-12 jaar worden opgevangen en onderwijs krijgen. Deze is er echter nog niet. We moeten dus omgaan met verschillende arbeidsvoorwaarden. Hieronder noemen we er enkele die in de praktijk invloed hebben

Verschil in taakuren
In het onderwijs hebben leerkrachten naast de lesgevende taken aanzienlijk meer tijd voor “overige taken’ dan pedagogisch medewerkers. Van de 1659 uur (bij een fulltime aanstelling = 40 u p/wk) heeft de leerkracht 940 uur lesgevende taken. De overige 700 uur zijn bestemd voor overige taken. verdeling normjaartaak po.

Een fulltime pedagogisch medewerker werkt jaarlijks ongeveer hetzelfde aantal uren. Een fulltime aanstelling gaat echter uit van een 36-urige werkweek (ze heeft minder vakantie). Het grote verschil met de tijdsbesteding van een leerkracht is het aantal niet-groepsgebonden uren. De leerkracht heeft er zo’n 700 per jaar tegenover een pm’er met 46 niet-groepsgebonden uren p/jr. (= ± 1 uur per week). Deze zijn echter geen individueel recht per medewerker: werkgevers kunnen – met instemming van de OR – zelf bepalen hoe deze uren over medewerkers in een vestiging worden verdeeld.

Dit verschil krijgt grote betekenis op het moment dat leerkrachten en pedagogisch medewerkers intensiever met elkaar gaan samenwerken. Daartoe is immers gezamenlijk overleg nodig. Zolang we met verschillende cao’s moeten blijven werken is dit een thema waar onderwijs en opvang mee moeten omgaan. Als de situatie naast het werk met de kinderen ook deelname aan overleg vraagt, dan is het raadzaam om deze extra uren mee te nemen in de overeenkomst.

Verschil in bestaansrecht / organisatie
Het basisonderwijs is een maatschappelijke basisvoorziening voor alle kinderen van 4-13 jaar. De kinderopvang daarentegen is een publieke onderneming voor kinderen van 0 – 13 jaar waar tot nog toe uitsluitend kinderen gebruik van kunnen maken voor het aantal werkuren per week van de minst werkende ouder. Beide sectoren zijn in sterke mate afhankelijk van overheidsbeleid, waarbij de kinderopvang ook nog eens te maken heeft met de  economische conjunctuur en diens gevolgen voor de werkgelegenheid / recht op kinderopvangtoeslag.

Dit verschil vertaalt zich onder meer in het ontslagrecht in beide sectoren: in het onderwijs zijn er langdurige financiële verplichtingen na ontslag die de werkgever soms belemmeren om een medewerker in dienst te nemen of om een niet-functionerend leerkracht te ontslaan. In de kinderopvang is sprake van de meer gebruikelijke ontslagregelingen. Zodra er minder kinderen gebruik maken van de opvang zal ook het aantal pedagogisch medewerkers moeten verminderen om rendabel te kunnen blijven.

De kinderopvang functioneert als een onderneming en kan uitsluitend voortbestaan bij een gezonde bedrijfsvoering. In het onderwijs zijn financiële zaken meer gereguleerd en minder onderhevig aan schommelingen.
cao primair onderwijs
cao kinderopvang