Direct naar content

Beter organiseren van het onderwijs

  • Inzet bevoegde leraar op kernvakken: het ontbreken van taakdifferentiatie leidt tot de inefficiënte inzet van bevoegde leraren.
    • Maatregel: kernvakken/basisvaardigheden zoals taal en rekenen worden op vaste dagdelen per jaargroep gegeven. De leraar heeft in de ochtend een andere groep dan in de middag. Dit betekent dat de leerkracht aan meer dan één groep verbonden is. Op de dagdelen dat de groepen geen les krijgen in basisvaardigheden, worden andere professionals ingezet. Wanneer deze professionals geen (volledige) lesbevoegdheid hebben, dan kunnen deze mogelijk behaald worden door middel van een EVC-traject. Zolang geen sprake is van bevoegdheid, zou een bevoegd leraar eindverantwoordelijk kunnen zijn voor 2 groepen die op dat dagdeel de niet-basisvaardigheden aangeboden krijgen. In het model met onbevoegden zijn 3 bevoegde leraren nodig om 4 groepen te bedienen. In het model met anders-bevoegden zijn 2 bevoegde leraren nodig om 4 groepen te bedienen.
  • Inzet vakleerkrachten en vakkrachten: te weinig leraren om het onderwijs te verzorgen aan alle leerlingen.
    • Maatregel: meer structurele inzet van vakleerkrachten (anders bevoegden) bijvoorbeeld uit de culturele sector of het voortgezet onderwijs en vakkrachten bijvoorbeeld uit het welzijnswerk, zorg en bedrijfsleven (niet bevoegd, maar wel bekwaam) onder eindverantwoordelijkheid van leraren. Denk hierbij bijvoorbeeld ook aan de inzet van gedragsspecialisten, maatschappelijk werkers, jongerenwerk en de samenwerkingsverbanden. In dit kader kan ook gedacht worden aan samenwerking met bedrijven in het kader van hun maatschappelijke opdracht en betrokkenheid. Bovendien ontstaat met deze manier van organiseren ruimte voor de inzet van leraren op basis van hun talenten en ambities. 
  • Alternatieve invulling vijfde dag: te weinig leraren om het onderwijs te verzorgen aan alle leerlingen.
    • Maatregel: leerlingen krijgen minder les van een bevoegde leraar. Er zijn verschillende scenario’s denkbaar.
    • a. het meest voor de hand liggende is de 4-daagse lesweek, met ca 5,25 lesuren per dag. Op de 5e dag werken de leraren aan ontwikkeling van de onderwijskwaliteit en professionele ontwikkeling van het team/de leraar. De 5e dag kan voor de leerlingen anders worden georganiseerd, bijvoorbeeld met overige of verdiepende activiteiten op het gebied van sport/spel/creatieve-vakken/burgerschap/loopbaanoriëntatie/digitaal lesaanbod/persoonsvorming & socialisatie. De onderwijstijdvrije dag kan per groep een andere dag per week zijn, waardoor begeleiders/aanbieders van deze extra tijd de hele week kunnen worden ingezet.
    • b. Het alternatieve aanbod niet op 1 specifieke dag, maar verdeeld over de 5 dagen.
    • c. Geen extra ontwikkeltijd voor de leraren, maar inzet in een andere groep op de 5e dag.

Besturen en scholen kunnen hierbij ondersteuning inroepen van diverse organisaties. Hieronder vindt u een overzicht van de organisaties onderverdeeld naar de manier waarop zij scholen kunnen helpen.

Organisaties die scholen kunnen ondersteunen bij het Beter organiseren van het onderwijs door middel van de inzet van vak(leer)krachten en coaching voor (startende) leerkrachten of schoolleiders:

  • Flexibele werk- en verloftijden: in de huidige situatie liggen werk- en verlofmomenten voor het onderwijspersoneel vrijwel volledig vast.
    • Maatregel: flexibilisering werktijden, zoals bijvoorbeeld een uitbreiding van uren van parttimers met alleen de lesgevende tijd voor een 3e , 4e of 5e werkdag. Maar ook meer mogelijkheden tot onbetaald verlof, verlof buiten schoolvakanties en/of verlof door inzet van duurzame inzetbaarheidsuren, verlof inleveren voor een uitbreiding van de werktijdfactor (ook interessant in combinatie met wisselende vakantieweken tussen groepen, scholen of wijken).
  • Buddyscholen: sommige scholen zijn heel populair en hebben een overschot aan sollicitanten. Andere scholen zijn minder/niet populair en hebben onvervulde vacatures.
    • Maatregel: bovenformatief leraren aannemen op de populaire scholen. Zittende sterke leraren uit dit team stimuleren om een vacature-knelpunt op te lossen op een andere school voor de duur van een half jaar of jaar. Stimuleren kan met behulp van een  gratificatie, maar ook een bonustrede is te verantwoorden, aangezien deze leraar zichzelf buiten de eigen comfortzone extra zal ontwikkelen. Ook een verkorte opleiding of persoonlijk coaching traject kan een aantrekkelijke bonus zijn. Een terugkeergarantie naar de eigen school is een belangrijk onderdeel van de maatregel. Deze kan zowel bestuurlijk als bovenbestuurlijk (bijvoorbeeld op wijkniveau) worden ingezet.
  • Anders opleiden: het aanbod van de huidige opleidingen sluit nog onvoldoende aan bij de gewenste situatie.
    • Maatregel: flexibilisering en meer maatwerk binnen de opleidingen is gewenst. Voorbeelden die genoemd zijn betreffen: pabo specialisatie opleiding jonge kind en oudere kind, meer stage, meer mogelijkheden voor instroom van mbo’ers, gespecialiseerde leerkrachten.

Ondersteuning bij de vormgeving en implementatie van beter organiseren van het onderwijs: