Direct naar content
Onderwijs010

Veelgestelde vragen testen. En hoe handelen bij besmetting?

Testen bij klachten?

Sinds 1 juni kan iedereen met klachten zich laten testen. Door meer te testen kunnen besmettingen goed worden opgespoord en wordt verdere verspreiding voorkomen.

Iedereen kan zich laten testen door een afspraak te maken via 0800-1202.

Testen van kinderen?

Op verzoek van ouders kunnen ook kinderen worden getest. Het testen heeft wel impact op kinderen. Door het onaangename gevoel van de test en de beschermende kleding van de medewerkers. Daarom is het testen van kinderen vooral van belang bij kinderen die een contact zijn van een bevestigde COVID-19-patiënt, kinderen van ouders die klachten hebben passend bij COVID-19 en kinderen die deel uitmaken van een cluster van drie of meer kinderen met mogelijk COVID-19 in een groep van een school, voorschool of kinderdagverblijf.

Kinderen die negatief getest zijn mogen weer naar school of kinderdagverblijf als zij alleen maar neusverkouden zijn en verder niet ziek.

Testen van kinderen met bekende chronische luchtwegklachten?

In de handreiking bij langdurig neusverkouden kinderen van het RIVM staat dat kinderen met bekende chronische luchtwegklachten of met nieuwe milde luchtwegklachten niet getest hoeven worden. Als de klachten van een kind herkenbaar zijn en passen bij bestaande luchtwegaandoeningen (zoals hooikoorts of astma) kunnen zij zonder coronatest gewoon naar de kinder- of naschoolse opvang.
Een CJG arts kan indien gewenst contact opnemen met de leiding van de school na toestemming van de ouders. Bij verandering van de klachten blijft het kind thuis tot de klachten voorbij zijn. Houden de klachten langer dan een week aan, dan is het aan te raden om contact op te nemen met een arts.

Wat als besmetting is vastgesteld?

Bij alle patiënten met een bevestigde coronavirusinfectie doet de GGD bron- en contactonderzoek. De GGD vraagt dan aan de patiënt met wie hij/zij precies contact heeft gehad in de besmettelijke periode en neemt zo nodig maatregelen om verdere verspreiding tegen te gaan. Huisgenoten van een COVID-19-patiënt moeten tot 14 dagen na het laatste contact met de patiënt in thuisquarantaine blijven. Dat is omdat zij tot 14 dagen na het laatste contact nog ziek kunnen worden. Het kan ook betekenen dat personeelsleden of kinderen onder het contactonderzoek vallen. GGD informeert zelf deze personen en bepaalt welke maatregelen nodig zijn.

Wat kan school/voorschool/kinderopvang doen?

  • Bij een ziekmelding uitvragen wat de klachten zijn. Bij klachten passend bij het coronavirus adviseren om te laten testen.
  • Meld uitbraken van mogelijke infectieziekten altijd bij de GGD, afdeling infectieziektebestrijding. De schoolleider of locatiemanager meldt een ongewoon aantal gevallen van een ziekte van vermoedelijk infectieuze aard (zoals diarree, vlekjesziekten) altijd bij de GGD. Dit geldt ook voor (mogelijke) coronavirusinfecties. Daarbij is een ongewoon aantal voor het primair onderwijs vastgesteld op drie of meer.

Uitbraak op jouw school/locatie?

Bij een uitbraak op school, voorschool of op een kinderopvanglocatie, moet altijd de GGD, afdeling infectieziektebestrijding worden ingelicht.
De GGD adviseert over maatregelen en of medewerkers / kinderen zich moeten laten testen en stelt informatiebrieven beschikbaar voor medewerkers en ouders.

Ga naar de website van de rijksoverheid voor meer algemene informatie.