Terug naar masterplan
Interview met Daniel White, Directeur Bouwkeet

Een talent voor rekenen en Nederlands wordt heus wel ontdekt in het reguliere onderwijs. Een aanleg voor coderen of lassen niet. Ook dan heb je een gouden toekomst.

Een 3D kleiprinter, haakse slijper, spuiterij, gelaatsmaskers, naaimachine, lockmachine, borduurmachine, een robotbouwer en biologische glazuren. In de Rotterdamse wijk Bospolder/Tussendijken ligt duizend vierkante meter aan apparatuur. Allemaal gratis te gebruiken, op basis van wederkerigheid. Directeur Daniel White noemt zijn openbare werkplaats Bouwkeet “het schuurtje van de buurt.” Als kind knutselde hij in het schuurtje van zijn ouders. Er was basisgereedschap, White kon zijn gang gaan, een talent werd aangewakkerd en een passie geboren. In Bouwkeet combineert White zijn opleiding tot productontwerper met duurzaamheid en social design.

“In de stad heeft niemand meer een tuin. Laat staan een schuurtje. Mensen bezitten geen gereedschap en technische kunde verdwijnt. Studenten Bouwkunde hebben technische kennis en vertrouwen blind op degene die hun ideeën doorberekent. Ook zij hebben alles uit boeken. Wanneer je zelf bouwt, ervaar je proefondervindelijk of iets werkt. Bovendien ontwikkel je vaardigheden die je nodig hebt in de maatschappij.” Zo leren de kinderen in Bouwkeet niet alleen klussen, maar wordt hen zelfsturing bijgebracht, wordt hun wereld verbreed en richt de werkplaats zich op soft skills zoals organiseren, samenwerken, afspraken nakomen, communiceren, problemen oplossen en ondernemen.

In het half jaar sinds de oprichting maken wekelijks tweehonderd kinderen tussen de tien en vijftien jaar gebruik van de werkplaats en zijn er tachtig fietsen opgeknapt. De wrakken worden uit containers gered en door de kinderen tot aan het kleinste onderdeel uit elkaar gehaald, hersteld en overgespoten. “Het is een gratis fiets waarvoor ze keihard moeten werken. In deze wijk hebben kinderen niet altijd geld, dus werken wij aan praktische gebruiksvoorwerpen zoals fietsen. Het belangrijkste is dat zij trots op zichzelf zijn. Laatst vertelde een vader dat zijn zoontje in het park de fiets van een ander jongetje repareerde doordat hij bij ons had geleerd hoe dat moet. Vader en zoon stonden hier aan de balie en straalden van trots.”

Met scholen, zoals de G.K. van Hogendorp, heeft Bouwkeet samenwerkingsprogramma’s. “Doordat scholen vakken, zoals muziek, sport en handarbeid, noodgedwongen wegbezuinigen, doen kinderen deze ervaringen niet meer op in de klassikale lessen.” Volgens White gaat talent hierdoor verloren. Zoals hijzelf in het schuurtje van zijn ouders al knutselend ervaarde, wordt talent alleen ontdekt wanneer kinderen de kans krijgen om verschillende activiteiten uit te proberen. Bouwkeet stimuleert hen door lokale makers in te zetten met praktijkervaring. “Een buurtbewoner moest voor zijn uitkering een tegenprestatie leveren en kwam op de bonnefooi bij ons langs. Hij bleek een meesterlasser te zijn en is sinds die eerste dag niet meer weggegaan. Zo komt iedereen die ons apparatuur gebruikt, ook iets brengen.”

De tweehonderd kinderen die wekelijks in Bouwplaats komen, beslaan zo’n twintig procent van de buurtkinderen. Het is Whites droom dat binnen drie jaar zestig tot zeventig procent van de kinderen uit de buurt gebruikt maakt van de werkplaats. Om ook naar andere wijken uit te breiden, wordt er een wetenschappelijk onderzoek verricht naar de werking van Bouwkeet. De kinderen daagt White uit om nieuwe dingen te proberen, geeft hij complimenten, feedback en de ruimte om zelf te ontdekken.

“Binnen hun leefwereld proberen we hen in kleine stappen nieuwsgierig te maken en geven wij de middelen om iets eigen te maken zodat ze het vervolgens zelf uitzoeken. Dat is het mooiste wat er is. Hierbij moeten we hen kansen bieden. Een talent voor rekenen en Nederlands wordt heus wel ontdekt in het reguliere onderwijs. Een aanleg voor coderen of lassen niet. Ook dan heb je een gouden toekomst.”