Terug naar masterplan
Interview met Elise Hernes, Directeur G.K. van Hogendorpschool en Young Business School Rotterdam

Het is onze taak om hen een zo breed mogelijk beroepsbeeld te geven om zo te ontdekken waarin zij goed zijn.

Na uitvoerig overleg werd het een tostikar. “In de kar zijn verlichting, een koelkast en servies aanwezig. Allemaal door de leerlingen in elkaar gezet. Zelfs het logo en de schorten maakten ze zelf.” Elise Hernes, directeur van de G.K. van Hogendorp, zag hoe haar leerlingen in de openbare werkplaats Bouwkeet een eigen onderneming startten. Met de kar rijden zij door hun wijk Bospolder/Tussendijken en verkopen ze tosti's. “Klussen aan die kar en het maken van een businessplan zijn hulpmiddelen om te ontdekken waar hun talenten liggen.”

Alles wat op de G.K. van Hogendorp in de boeken voorbij komt, wordt toegespitst op de praktijk. Zo beklijft de theoretische kennis en worden er sociale competenties aangeleerd zoals op tijd komen en het aantrekken van de juiste kleding. “Vanaf het moment dat de kinderen op onze school binnenkomen, zetten wij in op talent. Vaak is hun beroepsbeeld dan nog smal. Hun oom is bijvoorbeeld bakker en hun vader garagehouder. Voor zichzelf komen zij op hetzelfde uit. Het is onze taak om hen een zo breed mogelijk beroepsbeeld te geven om zo te ontdekken waarin zij goed zijn.” De leerlingen gaan naar Bouwkeet, op de school komen gastdocenten langs, de directeur van de HEMA brengt een bezoek of een geslaagde hbo’er die eveneens op het vmbo is begonnen.

“Natuurlijk zijn er kinderen die op jonge leeftijd weten dat zij bakker willen worden, maar het merendeel van de vmbo’ers heeft informatie en tijd nodig om te laten bezinken welke richting hij op wil. Wij hadden een jongen die, zoals meer van onze leerlingen, thuis problemen had. Het scheelde een haar of hij haalde hierdoor zijn diploma niet. We besloten om hem met intensieve begeleiding te ondersteunen. Inmiddels heeft hij het vmbo doorlopen, is hij doorgestroomd naar het mbo, verder gegroeid naar het hbo en rond hij op het moment zijn opleiding Accountancy af. Zo’n jongen is een laatbloeier. Toen hij bij ons zat, had hij geen idee. Het is doodzonde als zo iemand te snel wordt afgerekend.”

Het is Hernes’ ambitie en hoop voor de toekomst: erkenning dat vmbo’ers laatbloeiers zijn. Nu worden zij aan het einde van hun tweede leerjaar geacht om hun bovenbouw-profiel te kiezen. “Deze kinderen hebben nog niet het kader om met zo’n keuze om te gaan.” De dertien -en veertienjarigen hebben volgens Hernes meer tijd nodig voor het opdoen van ervaring, om hierover na te denken, verkeerde keuzes te maken en de gevolgen daarvan in te zien. “Hen te jong hieraan blootstellen, werkt door tot in het mbo waar zij van gedachten veranderen en uitvallen. Dit laatste is in Rotterdam, met 7 procent uitvallers, een groot probleem.”

Hernes’ leerlingen bezoeken verschillende bedrijven, van de ROTEB tot aan een advocatenkantoor. “In het verleden is daarop kritiek geweest. Vanuit de politiek werd gevraagd waarom een vmbo’er een advocatenkantoor moet bezoeken. Daarvan gaan mijn haren recht overeind staan. Een vmbo’er kan er met al zijn talenten ook komen. Hij maakt omwegen, maar hij komt er wel. Ik ben ervaringsdeskundige. Ooit ben ik begonnen op wat de IVO-mavo heette en ervaarde ik hoe het is om snel te worden afgerekend. Ik krijg buikpijn wanneer bij deze leerlingen hetzelfde gebeurt terwijl zij barsten van de talenten. Er wordt nog wel eens gedacht dat een vmbo’er aan zijn plafond zit. Er is helemaal geen plafond. Bij niemand. Iedereen ontwikkelt zich in zijn eigen tempo en op zijn eigen manier. Kinderen moeten de tijd en gelegenheid krijgen om ervarend te leren, te groeien en keuzes te maken. Dat is de basis voor hun ontwikkeling en zeker niet het eindstation.”

“Mijn ideaal zou zijn dat er binnen ons onderwijs nog meer ruimte wordt ingericht voor de ontwikkeling van universele waarden die profielkeuze of opleiding overstijgen en de sleutel zijn tot het succes van onze leerlingen bij hun opleidingen, stageplaats, werk en privéleven. Denk aan een breed beroepsbeeld, maatschappelijke – en sociale betrokkenheid, ondernemerschap, flexibiliteit en weerbaarheid. Deze waarden zijn zeker voor laatbloeiers van groot belang. Binnen een stad als Rotterdam – de laatbloeier onder de steden – moet dat lukken.”