Indicatie en toeleiding

Indicatie extra spelen en leren en toeleiding

Peuters met een risico op (taal)achterstand krijgen vanaf 1 maart 2015 tijdens het 14- of 24 maanden consult bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) een indicatie extra spelen en leren (was doelgroepindicatie vve). De jeugdarts of jeugdverpleegkundige spreekt met de ouders over de reden van de indicatie extra spelen en leren en de voordelen van deelname aan de voorschool. Ook worden ouders door een peuterconsulent van het CJG begeleid bij de aanmelding van het kind op de voorschool.

Een peuter komt in aanmerking voor een indicatie voor 5/6 extra uren opvang (spelen en leren) als:

  • de ouder die de meeste zorgtaken uitvoert een opleiding heeft die lager is dan de startkwalificatie (dat is een opleiding mbo 1, lbo/vbo, praktijkonderwijs, vmbo basis of kader of lager);

  • bij de peuter thuis een andere taal wordt gesproken dan het Nederlands én het opleidingsniveau van de ouder die de meeste zorgtaken uitvoert, is mbo 4 of lager;

  • de peuter achterstand heeft die is geconstateerd door de jeugdarts tijdens het consult van 24 maanden of later of door de vve-instelling bij observatie binnen drie maanden na plaatsing of later (achterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten op SLO doelen).

Hoe wordt vastgesteld of een peuter in aanmerking komt voor extra uren spelen en leren, is eenvoudig te zien met dit overzicht van de stappen.