Terug naar masterplan
Interview met Vigdis van der Giesen, Bestuurder-directeur Peuter&Co

Kijk met zijn allen naar de ontwikkeling van het kind.

“Een keer per dagdeel een klasgenootje slaan is veel. Maar als het kind hiervoor tien keer per dag iemand sloeg, heeft het een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Die vraag moeten wij ons continu stellen: wat heeft het kind bereikt ten opzichte van zichzelf?”

Als bestuurder-directeur van Peuter&Co richt Vigdis van der Giesen zich op de voorschoolse sector. Het is een sector die volgens haar zijn positie moet opeisen. Leren begint immers niet pas op het basisonderwijs, maar daarvoor. “Ik hoop dat we in de toekomst loskomen van deze harde scheidslijn. Het kleuteronderwijs is pedagogisch gezien ontzettend belangrijk. Schoolrijpheid begint pas bij een jaar of zeven. Het is onterecht dat het kleuteronderwijs wordt gezien als alleen in de zandbak spelen. We moeten dit anders benaderen.”

Dat begint in de buurt. Zo pleit Van der Giesen ervoor het niet over de buurtschool te hebben, maar over de schoolbuurt. Wat in de buurt draagt bij aan de ontwikkeling van kinderen? Wijken kennen scholen, maar ook buitenschoolse opvang, kinderopvangcentra, sportverenigingen en cultuur- en welzijnsorganisaties. Deze sectoren moeten in een gezamenlijk programma worden samengebracht. “Door al die disciplines heen moeten we elkaar feedback kunnen geven. Ook tussen het basisonderwijs en het voorschoolse onderwijs moet meer onderling contact zijn.”

Haar ideale onderwijs bestaat uit spelend en ontdekkend leren en spontane leermomenten gebruiken om kinderen verder te helpen. Door op de belevingswereld van kinderen aan te sluiten, worden zij aangemoedigd en krijgen ze zelfvertrouwen. “Het onderwijs zou er op gericht moeten zijn dat zij zich blijven verwonderen. Klassikaal onderwijs past daar niet bij. Maak juist gebruik van de mogelijkheden van deze tijd. Door digitale middelen in te zetten, kan de docent zich op andere dingen richten. Wat maakt ons gelukkige burgers, hoe werkt de samenleving en werken wij samen? Dat zijn vaardigheden waar kinderen in de toekomst iets aan hebben. De opleidingen moeten investeren in docenten die zich hierin specialiseren.”

Voor het onderwijs van de toekomst hoopt zij op meer mannelijke rolmodellen. “Het speciaal onderwijs telt zo’n 75 procent aan jongens. Komt dit doordat zij moeilijker zijn dan meisjes? Natuurlijk niet. Doordat het onderwijs op vrouwen is gericht, beoordelen wij jongens en meisjes verschillend. Druk zijn staat voor overlastgevend, terwijl met een stil kind meer aan de hand kan zijn. Het jongetje dat moet afleren om te slaan heeft baat bij mannelijke rolmodellen. Dat kan een docent zijn, een sportbegeleider, muzikant of iemand in de buurt. Kijk met zijn allen naar de ontwikkeling van het kind.”

Peuter&Co richt zich met name op stadsdelen waar sprake is van armoede -en schuldenproblematiek en onderwijs niet zozeer de primaire levensbehoefte is, maar het vergaren van voldoende inkomen om in levensonderhoud te kunnen voorzien. “Juist in deze wijken is leertijduitbreiding belangrijk. De voorschoolse educatie telt twaalf uur per week met drie maanden per jaar vakantie. Dat is een druppel op een gloeiende plaat.” Het uitbreiden van de uren, maar ook het opzetten van brede schoolactiviteiten, pleinactiviteiten in de wijk, educatieve activiteiten op de kinderboerderij en samenwerkingen met de buurt ondersteunen de ontwikkeling van deze kinderen.

“Of denk aan een buurvrouw die kinderen opvangt wanneer ouders werken. Zo iemand moeten wij handvatten geven om ontwikkeling uit te lokken. We moeten buiten de schoolmuren denken en ervoor waken dat we stranden in discussies over wet- en regelgeving. Zeker nu veel op het bord van het onderwijs wordt gegooid, wat eigenlijk maatschappelijke vraagstukken zijn zoals omtrent burgerrechten, emancipatie, obesitas en de omgang met social media. We kunnen het ons niet permitteren om dit te verwaarlozen.”