leerrechtaanpak

Onderwijs voor èlk kind

In Rotterdam moet iedereen de kans krijgen om zich naar vermogen te ontwikkelen en een volwaardige plek in de samenleving in te nemen. Het onderwijs is daar een belangrijke factor in. Maar naar school gaan is niet voor ieder kind vanzelfsprekend. In Rotterdam hebben een kleine 400 jeugdigen in de leeftijd van 4 t/m 17 jaar een leerplichtontheffing vanwege psychische of lichamelijke beperkingen (Leerplichtwet artikel 5 onder a). Daarnaast zijn er nog een onbekend aantal leerlingen die op school dreigen uit te vallen, of onder de noemer ziekteverzuim gedurende een kortere of langere periode niet naar school gaan. Voor deze groep jeugdigen hebben de gemeente Rotterdam en de samenwerkingsverbanden PPO Rotterdam en Koers VO een gezamenlijke leerrechtaanpak ontwikkeld.

Niet alleen in Rotterdam

Het gegeven dat niet alle kinderen en jongeren een passende plek in het onderwijs kunnen vinden, is een landelijk probleem. Deels gaat het om kinderen die naar een kinderdag-/ ontwikkel- of behandelcentrum gaan en daar geen onderwijs krijgen. Deels gaat het om kinderen die noodgedwongen thuis zitten. Landelijk zijn er circa 5500 leerlingen met een leerplichtontheffing en nog eens enkele duizenden die om verschillende redenen niet naar school gaan. In een brief aan de Tweede Kamer geven de betrokken ministeries uitleg over deze situatie. In het Thuiszitterspact hebben het Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de PO raad (primair onderwijs) en de VO raad (voortgezet onderwijs) zich verbonden om de problematiek gezamenlijk aan te pakken. In de praktijk is het aan gemeenten om samen met organisaties in de zorg en het onderwijs passende oplossingen te zoeken binnen de bestaande wet- en regelgeving.

De Nederlandse regering heeft maatregelen aangekondigd om het probleem aan te pakken. In de Kamerbrief over voortgang Onderwijs en Zorg van 30 oktober 2019 wordt de stand van zaken gemeld.

Een stedelijke aanpak

PPO Rotterdam, Koers VO en de gemeente Rotterdam hebben gezamenlijk het initiatief genomen tot de stedelijke aanpak “op weg naar leerrecht in Rotterdam, pilotperiode 2019-2022”. Onder het motto “ieder kind heeft recht om te leren, zich optimaal te ontwikkelen en om volwaardig mee te doen”, krijgen kinderen en jongeren die (misschien) niet (meer) kunnen toegroeien naar volledig onderwijs daartoe in verschillende leerrechtpilots een combinatie van zorg en onderwijs aangeboden. Soms kan het hierbij nodig zijn in een andere context dan de school tot combinaties te komen.

Wie doen er mee?

Het aanbieden van passend onderwijs en zorg vraagt samenwerking tussen een groot aantal partijen. Per doelgroep en onderwijsvorm kunnen deze bovendien nog variëren. Op beleidsniveau hebben de gemeente, PPO Rotterdam en Koers VO de handen ineengeslagen om leerrechtpilots mogelijk te maken. De uitvoering van deze pilots – dus het daadwerkelijk bieden van de juiste combinatie van onderwijs en zorg – is belegd bij de scholen, schoolbesturen en gespecialiseerde zorgorganisaties.

Bekijk hier de Rotterdamse leerrechtpilots

Hoe wordt het gefinancierd?

De financiering van de leerrechtpilots is complex omdat budgetten vanuit zorg en onderwijs bij elkaar gebracht moeten worden, waarbij verschillende afwegingskaders worden gehanteerd. Het kabinet heeft aangekondigd initiatief te nemen om de financiering te vereenvoudigen. Per 1 januari 2020 wordt de Regeling bijzondere bekostiging voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking (emb-regeling) tijdelijk opgehoogd van € 5 naar € 10 miljoen euro. Hierdoor wordt het voor scholen makkelijker om de zorg voor deze leerlingen te organiseren. Het gaat om een tijdelijke uitbreiding van de emb-regeling, in afwachting van een structurele regeling.

Randvoorwaarden en uitgangspunten

Voor de leerrechtpilots gelden nog een aantal aanvullende uitgangspunten en voorwaarden:

  • Kinderen die deelnemen aan de leerrechtpilot staan (bij voorkeur) op school ingeschreven. Dit staat los van de plek waar les wordt gegeven.

  • Per pilot nemen maximaal 10 kinderen deel. Bij uitstroom of doorstroom van een kind mag de vrijgekomen plek worden ingevuld door een ander kind te laten instromen.

  • Scholen en zorginstellingen werken mee aan centrale registratie van in-, door- en uitstroom.

  • Binnen elke pilot worden duidelijke keuzes gemaakt ten aan zien van doelgroep, beoogde resultaten, methodiek, evaluatie en resultaatmeting.

  • Alle betrokken partijen delen onderling kennis en geven inhoudelijke input voor verdere beleidsontwikkeling.