Terug naar masterplan
Interview met Peter Flier, Docent Zuidergymnasium

Om het maximale uit onze leerlingen te halen, willen wij onderdeel zijn van dit familiesysteem. Dat kan alleen als de ouders ons vertrouwen.

“De wereld was een stuk duidelijker. Ik ging naar school, de kerk, keek naar een televisie met drie kanalen in zwart-wit en ging uit verveling huiswerk maken. Mijn toekomstperspectief was duidelijk. Mijn vader had in Utrecht gestudeerd, dus dat ging ik ook doen. Bovendien was er een overtuiging dat wij het goed gingen doen.”

Als de elfjarige Peter Flier uit Hengelo in een tijdmachine in zijn klas in Rotterdam-Zuid kon worden geplaatst, zouden zijn leerlingen vreemd opkijken. “Ik zou een alien voor hen zijn. Massamedia, social media en mobiele telefoons hebben ons wereldbeeld en onszelf veranderd. Toen ik naar school ging, was burgerschap geen onderwerp. Het was iets Amerikaans. Wij vonden het raar om het daarover te hebben. Het klonk een beetje Derde Rijk-achtig.”

Wanneer het over burgerschap gaat, is Fliers belangrijkste boodschap aan zijn leerlingen: jij mag er zijn. “Daaraan twijfelen ze enorm.” Op het Zuidergymnasium zitten leerlingen met verschillende culturele achtergronden. Van de universiteit en de zakelijke sector kwam hij in Rotterdam-Zuid terecht.

 “Het leven is hier een totaal ander verhaal. Mijn eerste klas was druk en ik wist niet hoe daarmee om te gaan. Dat was veertien jaar geleden. In die tijd heb ik met collega’s gesproken, maar ook aan de leerlingen zelf gevraagd: wat moet ik anders doen? Hun antwoord was: ‘meneer, het heeft geen zin om uw best voor ons te doen. Wij zijn toch het afvalputje van Rotterdam.’ Die zin is veertien jaar lang blijven hangen.”

Een van zijn leerlingen verkeerde eens in een ernstige thuissituatie. Om haar te helpen, vroeg Flier de klas om hulp. “We zijn in een kring om haar heen gaan zitten en zeiden lieve dingen tegen haar om duidelijk te maken: jij hoort bij ons. Dat heeft een enorm effect.

 Een andere jongen vertelde dat hij IS belangrijk vindt. Natuurlijk schrikken wij dan als school, maar we gaan met hem in gesprek en proberen uit te vinden waardoor dat komt. Uiteindelijk bleek zijn hoogblonde Nederlandse vriendje anders behandeld te worden dan hij en voelde hij zich miskend.”

Door individuele gesprekken en een op maat geselecteerde mentor per leerling lukt het Flier en zijn collega’s om intensief contact met hun leerlingen te hebben. “Daarbij bellen we met de ouders en gaan wij op huisbezoek. Zo komen we in alle culturen en wordt ons contact vanzelfsprekender. Wij onderschatten soms hoe hecht het familiesysteem is waar kinderen onderdeel van zijn. Een kind zal altijd loyaal naar zijn ouders zijn. Als school zijn wij de vreemde partij. Om het maximale uit onze leerlingen te halen, willen wij onderdeel zijn van dit familiesysteem. Dat kan alleen als de ouders ons vertrouwen.”

Voor Flier betekent een vliegende start voor zijn leerlingen wanneer zij vanaf hun eerste schooldag worden gekend en er contact met de ouders en basisschool is. Het is een zoektocht naar hun talent en belangstelling. Die zoektocht vindt plaats in de klas, maar ook op onconventionele plekken zoals in het European Space Agency waar de leerlingen van het Zuidergymnasium een 24-uurs internationale ruimtemissie ondernemen. Tijdens de missie zijn ze volledig verantwoordelijk en werken zij samen. Er zijn astronauten, bevelhebbers, een nachtploeg, grondstation en mediateam. “De leerlingen leren over techniek, milieuvervuiling, duurzaamheid, hoe zij moeten organiseren en, misschien wel het belangrijkste: ze leren over zichzelf.

Ook draagt het bij aan wat ik de belangrijkste pijler van het onderwijs voor in de toekomst vind: het moedigt een positief zelfbeeld aan. In vergelijking met toen ik hun leeftijd had, zijn ze vaak somber over wat hen te wachten staat. Er is veel afleiding, ze zijn bang voor studieschulden en denken niet dat zij het beter zullen doen dan hun ouders. Wat dat betreft stond ik als elfjarige een stuk positiever in het leven. Met zo’n missie probeer ik iets van die positiviteit over te brengen. Daar hebben zij, en de samenleving, de rest van hun leven profijt van.”