Rotterdamse aanpak lerarentekort

Het gaat goed met het Rotterdamse onderwijs: de resultaten zijn de laatste jaren flink verbeterd, het opleidingsniveau stijgt en het aantal voortijdig schoolverlaters is spectaculair gedaald. Maar als we deze lijn vast willen houden, hebben we voldoende en voldoende bevoegde leraren nodig. Dit is een voorwaarde – zonder hen gaat het niet. 
 

Op dit moment is het lerarentekort echter een groot probleem en de urgentie neemt alleen maar toe. We zien dit terug in de cijfers. Het kwantitatieve lerarentekort binnen het primair onderwijs (po) in de stad is met 1,7% onvervulde vacatures in 2017 het hoogste van Nederland. In het voortgezet onderwijs (vo) en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is nu voornamelijk sprake van een kwalitatief tekort: veel onbevoegde leraren en tekorten in specifieke vakgebieden. Maar wanneer we niet ingrijpen, is er in die sectoren binnen enkele jaren ook een aanzienlijk kwantitatief tekort. 

 

Omdat de leraar in de klas één van de cruciale factoren is voor de onderwijsresultaten is er door de gemeente en het onderwijsveld de afgelopen jaren al veel geïnvesteerd in leraren. Zo is met de Rotterdamse Leraren C.A.O. (de lerarenbeurs, de Rotterdampas, de Broedplaats010 en de Welkomstpremie), de Rotterdamse Lerarenbrigade en het Rotterdams lerarenprofiel ingezet op het werven, binden en professionaliseren van leerkrachten. Rotterdam is een echte onderwijsstad die de professionals veel uitdagingen en ontwikkelmogelijkheden biedt.
  

Maar er is meer nodig voor voldoende en voldoende goede leraren. Met de Rotterdamse aanpak lerarentekort continueren we bestaande succesvolle maatregelen maar werken we ook nieuwe initiatieven uit. Het betreft een gezamenlijke aanpak van schoolbesturen, opleidingscentra, leraren en gemeente. Deze aanpak is zowel gericht op de kwantiteit (het vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom) als op de kwaliteit (professionele ontwikkeling) van leraren.