Terug naar masterplan
Interview met Sylvia Wiegers, Programmamanager onderwijs SKVR

Samen benoemen wat leerlingen hebben geleerd en nodig hebben, zorgt voor een gedeelde focus op hun ontwikkeling.

“Ik was vijf jaar oud en zag op de televisie het nieuwjaarsconcert waarin werd gedanst.

Sindsdien wist ik: dat wil ik. Bij ons thuis was balletles niet vanzelfsprekend en hadden we het niet breed. Toch mocht ik op mijn zestiende naar jazzballet en trainde ik mee met de danser van het Black Vibration Dance Theatre. Vervolgens ging ik naar de dansacademie en werd ik dansdocent.”

Als programmamanager onderwijs van SKVR heeft Sylvia Wiegers het dansen achter zich gelaten. Creativiteit is altijd bij haar gebleven. “Het dansen heeft veel voor mij betekend. Ik kon mijn energie kwijt, werd minder verlegen en ontdekte hoe je mensen kunt stimuleren om een stap verder te komen. In mijn werk heb ik iedere dag creativiteit nodig. Bijvoorbeeld bij ingewikkelde organisatievraagstukken of de ontwikkeling van nieuwe programma’s.”

Op de scholen voor primair – en voortgezet onderwijs en het mbo, waar SKVR workshops en lesprogramma’s verzorgt, herkent Wiegers bij de leerlingen wat zij als tiener bij jazzballet ervoer. “Van leerkrachten horen wij vaak dat ze in onze lessen een nieuwe kant van hun leerlingen zien.” Doordat de leerlingen zich op een andere manier kunnen uiten en door deze positieve leerervaringen krijgen zij zelfvertrouwen waar ze ook in andere vakken wat aan hebben. “Dat gun ik ieder kind. Sommige kinderen hebben meer aan sport of techniek, maar het is belangrijk dat zij met verschillende disciplines in aanraking komen. Zo geven wij kinderen de kans om zich te ontwikkelen en te ontdekken: waar ben ik goed in en wat past bij mij?”

Om aan die ontwikkelingskansen bij te dragen, opteert Wiegers om niet alleen naar de school te kijken maar ook naar wat er buiten het schoolgebouw mogelijk is. “Gebruik de gehele infrastructuur van de stad. Denk aan SKVR en andere culturele instellingen, bibliotheken en sportvoorzieningen. Door scholen worden wij vaak benaderd als aanbieders, maar als wij echt partner worden is het rendement voor de leerlingen het grootst.”

In Rotterdam-Zuid, waar minder publieke voorzieningen zijn dan in Noord, richt SKVR zich op de wijken waar kinderen niet vanzelfsprekend in aanraking komen met kunst. In deze stadsdelen wordt intensief met de scholen samengewerkt. In totaal verzorgt SKVR wekelijks op zo’n vijftig scholen lesprogramma’s van kunstdocenten. De ambitie voor de toekomst is om dit aantal te laten groeien en de leerkrachten meer in de programma’s te betrekken zodat zij het effect bij hun leerlingen meemaken. “Samen benoemen wat leerlingen hebben geleerd en nodig hebben, zorgt voor een gedeelde focus op hun ontwikkeling.”

Volgens Wiegers draagt kunsteducatie bij aan de vaardigheden die leerlingen in de toekomst nodig hebben. Zo zijn loopbanen geen geëffende paden zoals vroeger en helpt creativiteit om te improviseren, inventief te zijn en omgaan met de wereld om ons heen.

“Hoe (over)leef je en hoe wil jij je leven inrichten? Dat zijn basisvragen die ons helpen nadenken over de toekomst. Ze klinken simpel, maar beantwoord hem maar eens.” Kunsteducatie stimuleert kinderen hierover na te denken, hun eigen ideeën en gedachten te ontwikkelen, vorm te geven en om oplossingen te zoeken.

“Door te kijken naar hoe een kunstenaar naar de wereld kijkt, leer je hoe jij naar diezelfde wereld kijkt. Hoe kijkt bovendien jouw klasgenoot ernaar? Ieder mens heeft eigen gedachten en gevoelens. Kunsteducatie stimuleert identiteitsontwikkeling en kan helpen om te leren omgaan met verschillen. In een cultureel diverse samenleving hebben wij dit nodig. Het zijn bovendien vaardigheden waaraan je een leven lang wat hebt.”