Terug naar masterplan
Interview met Ilse Loewenthal, Bestuursvoorzitter Ouders010

Wanneer je de grote lijnen ziet en niet alleen individuele ouders die iets proberen te bevechten, kun je gerichter beleid uitzetten.

“Ik was met de basisschool voor mijn oudste kind bezig, zocht uit wat de beste scholen waren en snelde met die lijst naar mijn Turkse-Nederlandse buurvrouw. Zij wilde natuurlijk ook het beste voor haar kind. Ze is de hele lijst afgegaan, maar zei uiteindelijk: ‘Ik herken mij niet in die ouders op het schoolplein. Mijn kind is meer een vmbo-kind en gaat naar de school hier in de buurt.’”

Ilse Loewenthal is mede-initiator van Ouders 010 en woont in Feijenoord. “Niet iedereen vindt het prettig om in een achterstandswijk te wonen. Ik houd van de veelzijdigheid. Zo zijn er veel ouders die bewust voor een school kiezen die een afspiegeling is van de wijk of van de samenleving. Ik begrijp mijn buurvrouw. Een school is meer dan het gebouw waar je jouw kind aflevert. Je wilt jezelf herkennen in wat je ziet. Dat geldt voor hoog -en laagopgeleiden.”

Voor Loewenthal is het belangrijkste thema van de komende tijd het betrekken van ouders bij het onderwijsbeleid. Hiervoor is Ouders 010 opgericht. “Voor schoolbesturen en beleidsmakers zijn wij een meerwaarde doordat wij grote groepen ouders een stem geven. De problemen veranderen er niet door, wel waarop de accenten komen te liggen. Hoe goed een beleidsmaker het ook bedoelt, ouders kunnen zelf beter aangeven waaraan zij behoefte hebben. Wanneer je de grote lijnen ziet en niet alleen individuele ouders die iets proberen te bevechten, kun je gerichter beleid uitzetten. Ouders 010 zoekt naar ouders met dezelfde problemen.”

De problemen komen aan bod op het schoolplein, aan de Ouders 010 tafels, op buurtborrels en in vriendengroepen. “In mijn hoogopgeleide netwerk wordt veel informatie uitgewisseld. Bij Ouders 010 dachten we dat iedereen alles wel wist. Dat is in het begin onze blinde vlek geweest. Wij signaleren dat een deel van de ouders informatie over het onderwijs mist doordat ze niet over de kanalen beschikken die voor hoogopgeleiden vanzelfsprekend zijn. Vaak is dit op internet te vinden. Voor wie dit niet gebruikt, heeft een website geen zin. Zo ontstaat er een ongelijke toegang tot kennis.”

Van professionals hoorde zij de term ‘moeilijk bereikbare ouders’. De voormalig psychologe werd nieuwsgierig. “Hoezo moeilijk bereikbaar en wie zijn dat dan? Op het schoolplein zie ik ouders die zich afzijdig houden. Professionals worden vaak niet toegelaten. Tussen ouders onderling heerst vertrouwen. Zo zit ik ook met hen om de tafel. Uiteindelijk willen zij hetzelfde als ik: dat het goed gaat met ons kind. Hoogopgeleiden maken zich bijvoorbeeld zorgen over het wiskundeniveau en laagopgeleiden over de baanzekerheid na het praktijkonderwijs.”

De grootste ambitie voor de komende jaren om de ontwikkelingskansen voor ieder kind te optimaliseren, is het aanpakken van de ongelijkheid in het Rotterdamse onderwijs. Zodat het kind van Loewenthals buurvrouw zich niet alleen in de ouders op het schoolplein herkent, maar zichzelf ook in de leerkrachten terugziet. “Al onze kinderen hebben rolmodellen. Leerkrachten kunnen die rol vervullen als zij een afspiegeling van de populatie op school zijn. In mijn wijk zie ik straat na straat armoede. Die kinderen komen nooit met andersoortige kinderen in contact. Positieve rolmodellen geven hen hoop voor de toekomst en zijn belangrijk voor de ontwikkeling van hun identiteit. Als ouder maak ik mij zorgen om het gebrek daaraan. Tegelijkertijd is het een moeilijk dilemma doordat er een nijpend lerarentekort is.”

Het ideale onderwijs bestaat niet volgens Loewenthal. “Als ik wegdroom dan zou dit onderwijs zijn dat perfect bij mijn kind past. Aan de andere kant wil ik dat het leert omgaan met frustraties. Dat is de ervaring die ik als moeder meeneem: het is een beetje rommelen. Als mijn kind een periode minder goed met een leerkracht kan opschieten, dan moet het daar mee omgaan. Niets is perfect.”