Terug naar masterplan
Interview met Abdelsamat Tarazi, Leeling G.K van Hogendorpschool

Wat het ook wordt, ik wil niet in boeken zitten, maar dingen doen. Misschien kan ik leraar Bouwkunde worden.

“Het is een strenge school, maar ik heb strenge dingen nodig. Ik ben vaak aan het lachen en kletsen,” zegt de veertienjarige Abdelsamat Tarazi. Hij zit op een bankje voor zijn schoolgebouw. Terwijl hij praat knikken zijn knieën op-en-neer. “Stilzitten kan ik ook niet. Soms krijg ik strafwerk, maar niet zo veel.”

Boeken lezen vindt hij moeilijk, liever is hij in de Bouwkeet en zet hij fietsen in elkaar. De kapotte fiets, die de tiener repareerde en overspoot, gebruikt hij om mee naar school te fietsen wanneer hij gymles heeft. “Dat is mijn lievelingsvak. Tegen de leraren zou ik willen zeggen: besteed meer aandacht aan sport. Laat ons vaker bewegen. Nu zitten we de hele dag stil. We zijn jong. Stilzitten is niet goed voor ons.

In de pauze kunnen we naar buiten, maar ook hier mogen we niet ver weg. We kunnen niet voetballen, hangen een beetje tegen de muur of zitten op bankjes.”

Jongeren zijn beweeglijk en Tarazi kan het weten. Hij woont naast een Thaiboksschool en heeft drie keer per week training. De warming up bestaat uit burpees waarin de boksers achtereenvolgens moeten opdrukken en springen. “En dat dan honderdvijftig keer,” zegt de tiener. “Ik doe het sinds mijn zesde en ben het gewend. Mijn lichaam weet niet beter.” Met vijfentwintig jongens van rond de veertien jaar oud joggen de jonge boksers door Rotterdam-West om aan hun conditie te werken.

Ooit wil Tazari professioneel Thaibokser worden. Dan verdient hij twee en een half duizend euro per toernooi. “En niet alleen als ik win, hè. Ook als ik tweede word, krijg ik geld.” In Rotterdam woont zijn held Ilias Bualid. “Hij heeft aan de universiteit gestudeerd. Dat gaat mij niet lukken, maar ik heb wel een plan voor als het boksen niet lukt. Dan wil ik Bouwkunde studeren aan de Hogeschool.” Volgend jaar volgt hij het vak Loopbaanbegeleiding en helpt de school hem om een keuze te maken.

“Wat het ook wordt, ik wil niet in boeken zitten, maar dingen doen. Misschien kan ik leraar Bouwkunde worden.

Mijn vader doet iets met huizen. Verven ofzo. Mijn moeder zorgt voor ons. In de zomer gaan we vier weken naar Marokko in onze zeven persoons-bus. Mijn ouders, vier broers en zussen en ik en maakt mijn moeder pannenkoekjes voor onderweg. Het is twee dagen rijden. Dan zit ik lang stil. In Marokko hebben we een loopband en ga ik weer hardlopen.”

Zo veel grapjes als hij tijdens de les maakt, zo serieus kan hij zijn als hij zelf lesgeeft aan andere Thaiboksers. “Als ze niet luisteren, moeten ze voor straf vijftig burpees doen. Een beetje streng zijn is goed.”