Terug naar masterplan
Interview met Bas van der Pol, Programmaleider AIR en adviseur voor verschillende bibliotheken buiten Rotterdam

We leren van het verleden en van elkaar. Iedereen kan bijdragen aan de ontwikkeling van Rotterdam.

“In mijn werk leer ik elke dag wat nieuws en als het nodig is spijker ik mezelf bij. Zo wist ik tot voor kort vrijwel niets over de ontwikkeling van bibliotheken. Dit is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Als het op school tegenzit, je niet gezond bent, er geen aanleiding is, niemand om te inspireren, geen energie of simpelweg geen tijd, dan is de drempel hoger om op zoek te gaan naar nieuwe kennis. Dat lijkt overdreven, maar de wereld versnelt en lang niet iedereen kan hierin mee.”

Tijdens de gesprekken in de klankbordgroep voor het Masterplan Onderwijs richtte Bas van der Pol zijn bijdrage op de ‘lerende stad.’ “Mijn belangrijkste punt is dat het onderwijs niet is voorbehouden aan leerplichtige kinderen. Iedereen kan leren. Dat kan in scholen en op plekken buiten het formele onderwijs-circuit zoals in buurtcentra, werkplaatsen, het bedrijfsleven en bibliotheken.”

Zijn hoop voor de toekomst is dat het onderwijsframe wordt opgerekt. In plaats van enkel naar het onderwijs te kijken, moet er gekeken worden naar de stad als geheel. “We hebben te maken met grote vraagstukken zoals inclusiviteit, gezondheid en de energietransitie. Hierin kunnen we kinderen en jongeren betrekken. We moeten hen niet zien als een project dat moet worden afgerond waarna zij pas onderdeel van onze samenleving worden. Dat zijn ze al.”

Door de digitalisering is de samenleving aan het versnellen. Hoogopgeleiden kunnen meekomen, voor ouderen of mensen die minder leesvaardig of mediawijs zijn is dit een probleem. Zij hebben ondersteuning nodig, maar ook plekken om te blijven te leren. “Denk aan gezonde, uitdagende en inspirerende schoolgebouwen en laagdrempelige locaties waar iedereen toegang tot informatie heeft, nieuwe dingen leert en simpelweg kan zijn. Dit is een prachtige architectonische opgave voor veel steden in de wereld en in het verleden ook voor Rotterdam.”

Voor Van der Pol  zijn bibliotheken de ultieme plek voor de lerende stad. In Rotterdam is de centrale bibliotheek een magneet voor alle bevolkingslagen. In de hal ontmoeten zij elkaar, aangesterkt door de nabijheid van de markt. Bovendien is er geen consumptieplicht. Je mag er gewoon zitten. “Laagdrempeligheid is een basisvoorwaarde. Zo liggen er gratis kranten. Zoiets kleins kan zin geven aan iemands dag. Een beetje schaken, een praatje maken. De stap om de bibliotheek te verkennen, informatie op te zoeken of deel te nemen aan een cursus is zo kleiner dan elders. Bovenin zijn er werkplekken om geconcentreerd te studeren. Een paar jaar geleden was het de trend om kleine bibliotheekvestigingen te sluiten. Hierin is gelukkig een kentering gaande.”

De voortdurende transformatie van de stad is volgens AIR eveneens een lerend proces. “We leren van het verleden en van elkaar. Iedereen kan bijdragen aan de ontwikkeling van Rotterdam. Dat is de gedachte achter ons stadmakerscongres. Als je zo naar het Masterplan kijkt dan is het belangrijk om verschillende partijen te laten meedenken. Dat waardeer ik aan het proces. Het daagt ook uit tot vervolg. Zo blijkt het scholenaanbod op Noord gevarieerder dan op Zuid. Het is belangrijk om dat leerlandschap van de stad vanuit verschillende perspectieven te onderzoeken, bijvoorbeeld in een stadsdeel als Feijenoord waar veel fysieke ontwikkelingen samenkomen. Hoe kan die beweging aangegrepen worden om nieuwe leerplekken te ontwikkelen en bestaande te versterken? Kunnen dat plekken zijn die een bijdrage leveren aan de gezondheid en inclusiviteit van de Rotterdamse samenleving? Zo is er een wederkerige relatie tussen de ontwikkeling van de stad en die van het onderwijs.”